|
REPORTAGE. Het
klokkenluidersdebat. Nestbevuiler of witte ridder
Lieven Sioen 28/12/2002
Het weekblad Time riep drie
klokkenluiders tot Mensen van het Jaar uit. Een ongewone hulde. Meestal
moeten ambtenaren die wantoestanden aanklagen, vrezen voor hun baan. Of ze
worden in alle stilte op een zijspoor gezet. Moet er dus maar een
wettelijk beschermingsstatuut voor klokkenluiders
komen?
,,KLOKKENLUIDEN? NOOIT doen! Ik ken veel klokkenluiders, maar niet
één die er zonder schade doorheen is gerold. Het kost je je gezondheid, en
de kans is heel groot dat je op het eind ook nog eens je huis, je vrouw en
je geld kwijt bent.'' Zo sprak Paul van Buitenen in zijn
afscheidsinterview in het Algemeen Dagblad . Kandidaten die nog
wantoestanden binnen hun bedrijf of administratie willen aanklagen, zijn
gewaarschuwd.
In 1998 had de Nederlandse financieel controleur Van
Buitenen het aangedurfd een dossier samen te stellen over corruptie binnen
de Europese Commissie. Van Buitenens rapport belandde via de groene
fractie in het Europees Parlement en leidde mee tot het aftreden van de
voltallige Commissie-Santer in juni 1999. Er volgden hervormingen binnen
de Commissie, met onder meer de oprichting van een nieuwe
antifraudecel-Olaf en een statuut voor zogenoemde klokkenluiders. Alleen
heeft Van Buitenen zelf daar niet de vruchten van kunnen plukken. Hij werd
wel door Readers' Digest uitgeroepen tot Europeaan van het
jaar en in april 2000 geridderd in de Orde van Nassau, maar met
heldendom betaal je de huur niet.
Van Buitenen werd als
nestbevuiler voor vier maanden geschorst en verloor de helft van zijn
wedde, de zwaarste straf voor een ambtenaar. Daarna werd hij overgeplaatst
naar een andere dienst. In augustus 2002 hield een teleurgestelde Paul van
Buitenen het bij de Europese Unie voor bekeken. Hij aanvaardde een baan
als financieel manager bij de politie van Breda, voor de helft van zijn
vroegere wedde, maar ver van pesterijen, dreigementen en pers. Daar wordt
hij nu vriendelijk, maar kordaat van journalisten afgeschermd. ,,Een
afgesloten periode uit zijn leven, waar de heer van Buitenen niets meer
over kwijt wil'', zegt de perswoordvoerder van de politie van Breda me aan
de telefoon.
JOHN DECAT, ambtenaar bij de Vlaamse
Huisvestingsmaatschappij (VHM), denkt er voorlopig niet aan een andere
baan te zoeken, al is dat met een diploma Toegepaste Economische
Wetenschappen geen probleem. ,,Waarom zou ik weggaan? Ik moet toch geen
ontslag nemen omdat ik mijn werk correct heb gedaan?'' Zijn werk, dat was
toezien op de correcte en doeltreffende besteding van belastinggeld. Maar
inspecteur John Decat voerde die opdracht te correct uit. ,,Mijn chef
wilde greep hebben op zijn inspecteurs. Wie te onafhankelijk was, moest
eruit. Ik was de eerste. In '98 probeerde hij voor het eerst me aan de
kant te zetten.''
Inspecteur Decat had verschillende
onregelmatigheden bij de Huisvestingsmaatschappij vastgesteld. Vaak was
zijn baas erbij betrokken. Daarom klopte Decat bij hogere echelons aan,
maar ook daar kreeg hij geen gehoor. Integendeel, pesterijen en een tweede
poging tot ontslag waren zijn deel. Uiteindelijk was het de Vlaamse
minister van Huisvesting, Jaak Gabriëls, die gevolg gaf aan de
fraudedossiers van Decat.
Het verhaal van John Decat loopt parallel
met dat van Annique Vantorre, die aan de basis lag van een artikelenreeks
in De Morgen over gesjoemel binnen de Vlaamse
Huisvestingsmaatschappij. De publicatie schudde de politieke leiders
wakker. Een audit in opdracht van de Vlaamse regering bevestigde de
wantoestanden, waarop de minister van Huisvesting, Jaak Gabriëls, de
top-twee van de VHM wegpromoveerde. Maar de directe chef van Vantorre en
Decat bleef in dienst en startte prompt een tuchtprocedure tegen Vantorre,
die eind oktober tot haar ontslag leidde. Opnieuw kwam de minister
tussenbeide. De ontslagprocedure van Vantorre werd vernietigd en haar chef
vertrok met ziekteverlof. Vantorre zelf kreeg een andere, gelijkwaardige
baan binnen de Vlaamse administratie.
Eind goed, al goed? Voor
Annique Vantorre misschien, maar voorlopig niet voor John Decat. In
tegenstelling tot zijn assertieve collega schuwt Decat, die zichzelf
'diplomatischer' noemt, de pers. ,,Het wordt je zeer kwalijk genomen door
collega's.'' Decat ontkent ook dat hij persoonlijk met dossiers naar de
pers is gestapt. Hij heeft, zegt hij, volgens het boekje van de Vlaamse
ambtenaar gehandeld: spreekplicht, maar via de geijkte kanalen. ,,Ik heb
de zaken intern aangeklaagd en daarbij de hiërarchische weg gevolgd. Pas
toen bleek dat zelfs de directeur-generaal niet wilde luisteren, ben ik
naar minister Gabriëls en minister-president Dewael gestapt.''
Maar
enige vorm van genoegdoening voor de voorbije jaren van pesterijen heeft
Decat niet gekregen. ,,Ze hebben me in een hoekje gedrumd. Een poging tot
ontslag is mislukt, die procedure heb ik aangevochten bij de Raad van
Beroep en gewonnen. Met goede rechtshulp van de vakbond, hoewel de VHM-top
en een vakbondsafgevaardigde er bij de vakbond op hadden aangedrongen me
niet te verdedigen. Maar mijn bevoegdheden als inspecteur ben ik wel
kwijt. Nu krijg ik nog uitsluitend interne opdrachten, ver beneden mijn
bekwaamheid.''
Wat dat dan concreet inhoudt? ,,Gegevens invoeren op
de computer. Ik mag al anderhalf jaar geen vergadering meer bijwonen. Ik
ben zwaar overspannen geweest. Toen ik terug op kantoor kwam, waren mijn
computer, telefoon en bureau weggehaald. Anderzijds ben ik al tevreden dat
ze me nu met rust laten. Ik heb veel vijandigheid ervaren. Veel mensen
binnen de VHM beseffen niet wat er allemaal fout loopt en denken alleen
aan de kleine voordelen die ze bij hervormingen dreigen te verliezen,
waarvoor ik wel begrip kan opbrengen. Vandaar dat ik me liever wat op de
achtergrond hou. Ik wil de rest van mijn loopbaan op een fatsoenlijke
manier kunnen samenwerken met mijn collega's.''
Toch hoopt Decat
nog op eerherstel. ,,Een soortgelijke baan binnen de Vlaamse Gemeenschap,
daar hoop ik op. Ik heb door mijn werk te doen op zere tenen getrapt en ik
moet daarvoor niet gestraft worden. Maar ik heb nog wel wat geduld. Ik heb
de indruk dat de politiek en de huidige directie de situatie binnen de VHM
willen veranderen. Ik begrijp ook dat zoiets niet van vandaag op morgen
kan. Ik hoop alleen dat ze me niet vergeten en me hier niet laten
wegrotten.''
Wat voor John Decat meteen ook het belangrijkste
argument was om op onze vraag toch maar zijn verhaal in de krant te
doen.
KLOKKENLUIDERS staan volop in de belangstelling. In eigen
land was er de nasleep van de VHM-affaire. En in Amerika riep Time
Magazine drie whistleblowers uit tot persoonlijkheden van het
jaar. Toevallig alledrie een vrouw. De FBI-agente Coleen Rowley klaagde
dat de FBI-top haar waarschuwingen over aanslagen door Al Qaeda had
genegeerd. Sherron Watkins meldde frauduleuze praktijken bij de
energiereus Enron en Cynthia Cooper legde de valse boekhouding van de
telecomoperator WorldCom bloot.
De drie vrouwen genieten vandaag
van hun heldenstatus, maar het verleden leert dat klokkenluiders zelden
voor hun burgerzin zijn beloond. In de jaren zeventig onthulde ingenieur
Paul Demaeght corruptie binnen de toenmalige openbare telefoonmaatschappij
RTT. Als gevolg van de affaire moesten de directeur-generaal van de RTT en
twee regeringsleden opstappen. De klokkenluider zelf werd in eerste
instantie geschorst en later op een zijspoor gezet.
Ook Robert
Druyts, de inspecteur van Financiën die in 1993 de wantoestanden binnen
het Abos aan het licht bracht, kreeg stank voor dank. Eerst werd hem zijn
accreditatie bij Buitenlandse Zaken ontnomen en kreeg hij in de plaats de
bevoegdheid over pensioenen, wat haaks op zijn functie bij
Ontwikkelingssamenwerking stond. Later nam men hem ook zijn accreditatie
bij Ontwikkelingssamenwerking af, zodat hij alleen pensioenen overhield.
,,Maar dat was geen volwaardige opdracht. Het probleem is dat je een deel
van je knowhow verliest.''
Pas vijf jaar later kreeg Druyts er een
nieuwe accreditatie bij. Hij had daarvoor zelf om een onderhoud bij zijn
voogdijminister moeten vragen. ,,Ik vond dat het niet kon wat er met mij
was gebeurd. Dat ik alleen een accreditatie bij Pensioenen overhield, heb
ik altijd als een verdoken straf ervaren. Vijf jaar op het strafbankje
zitten is niet niks. Uiteindelijk ben ik er nog redelijk goed afgekomen.
Ik kan weer op een normale manier functioneren.''
Zou hij, met die
slechte ervaringen in gedachten, de klok opnieuw laten luiden? ,,Ik kon
niet anders. Ik werd gevraagd om een dossier goed te keuren waarmee
misdadig opzet was gemoeid. Als ik mijn handtekening had gezet, zou de
affaire vroeg of laat als een boomerang in mijn eigen gezicht
terechtgekomen zijn. Ik was klokkenluider tegen wil en dank. Het is nu
eenmaal mijn plicht als ambtenaar om zaken die niet door de beugel kunnen,
op het juiste niveau te signaleren. Maar de onderzoeksopdracht die ik
daarna kreeg, had ik allicht beter niet aanvaard.''
Druyts werd
gevraagd oude ontwikkelingsdossiers uit te spitten. De resultaten van zijn
onderzoek kwamen in de pers. Zware fraudezaken in onder meer Tanzania en
Kaapverdië -- de zogenoemde Witte Olifanten -- leidden tot de afschaffing
van het Algemeen Bestuur voor Ontwikkelingssamenwerking (Abos). Maar het
onderzoek bracht Druyts ook in zware aanvaring met de Abos-top en met de
staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, Reginald Moreels, die
Druyts in de pers verweet hem te hebben bedreigd. Waarop Druyts op zijn
beurt inderhaast een persconferentie organiseerde om zich te verdedigen.
,,Ik heb daar van mijn hiërarchie veel kritiek op gekregen. Maar ik moest
wel van mijn spreekrecht gebruik maken. Ik kreeg nergens de kans om me te
verantwoorden.'' Achteraf zijn de plooien tussen Moreels en Druyts min of
meer gladgestreken, maar geen van beiden is zonder kleerscheuren uit de
strijd gekomen. Druyts: ,,Als een zaak eenmaal losbarst in de media, heb
je er geen vat meer op.''
Meteen is ook de dubbelzinnige relatie
tussen klokkenluiders en pers aangegeven. Veel klokkenluiders zoeken niet
de openbaarheid, maar zijn er achteraf wel op aangewezen om zichzelf te
beschermen. Neem nu Paul Van Buitenen. Hij had zijn dossiers via Magda
Aelvoet aan het Europees Parlement bezorgd, en vandaar zijn z'n
bevindingen in de media uitgelekt. Waarop represailles volgden, Paul van
Buitenen zijn eerste interviews gaf en het boek Strijd voor Europa
schreef. ,,Ik sta de pers alleen te woord om mijn vel te redden'',
verklaarde hij in een interview.
Ook de drie Amerikaanse
whistleblowers hebben zelf nooit de pers gezocht. Pas naar
aanleiding van hun benoeming tot People of the Year hebben ze voor
het eerst ingestemd met een interview. Annique Vantorre haalde wel baat
uit de persbelangstelling. Het heeft haar voor een ontslag behoed. Maar
vaak werkt overdreven persbelangstelling contraproductief.
Het
systeem is bijzonder gevoelig voor kritiek in het openbaar. Door de
politisering van de Belgische ambtenarij worden achter verklaringen in de
pers algauw allerlei politieke manoeuvres gezocht. Gevolg is dat niet
langer op de bal, maar op de man wordt gespeeld. 'Mediageil of
carrièrist', luidt dan het verwijt. Niet altijd onterecht,
trouwens.
KLOKKENLUIDERS WORDEN door de pers soms boven zichzelf
uitgetild, waardoor ze in hun eigen missie gaan geloven. Het is misschien
een verklaring voor de snelle roem en de diepe val van Willy Vermeulen.
Willy Vermeulen was in zijn functie van taaladjunct de feitelijke nummer
twee in het Hoog Comité Van Toezicht (HCT), dat corruptie bij de overheid
in de gaten hield. In een opgemerkt interview in De Morgen in 1997
verklaarde Vermeulen dat het HCT systematisch dossiers met een politiek
geurtje toedekte. De commissie-Georganiseerde Misdaad van de Senaat was
gealarmeerd en vroeg meer informatie. Vermeulen overhandigde de commissie
zestig dossiers over fraude en partijpolitieke manipulatie van het HCT.
Het land had er een Witte Ridder bij.
Dat dat uitgerekend in de
tweede helft van de jaren negentig gebeurde, was geen toeval. De Belgische
samenleving was murw van de schandalen. De Bende van Nijvel, de
Agusta-affaire en de affaire-Dutroux hadden het hele oude politieke bestel
in zijn voegen doen kraken. Klokkenluiders en anonieme getuigen die
verkondigden hoe rot het systeem was, werden gretig geloofd. Een nieuwe
politieke cultuur was een te ingewikkeld en vooral te veel tijd eisend
antwoord op de ontreddering. De bevolking en een deel van de pers snakte
naar Witte Ridders: Marc Verwilghen, de Witte Beweging, de
corruptiebestrijder Willy Vermeulen. Achteraf vielen ze om beurten van hun
paard.
De vergelijking met de VS vandaag is niet zo veraf. Het feit
dat Time drie klokkenluiders op de cover zet, zegt meer over de
mentale toestand in de VS dan over de feiten zelf. Time geeft dat
in zijn voorwoord ook toe. Amerika is in zijn ziel getroffen door de
terreuraanval van 11 september 2001 en de verrotting van zijn
bedrijfscultuur. Gelukkig zijn er nog de individuele burgers die de
waarden van Amerika hooghouden en het land verdedigen tegen de
bedreigingen binnen en buiten. Waarmee het geloof in het individu en
the American dream is gevrijwaard.
Voor zolang het duurt.
Met Willy Vermeulen liep het slecht af. Na onderzoek verwezen zowel de
Senaatscommissie als het Comité P zijn dossier naar de prullenmand.
Inmiddels had Vermeulen zijn prijs betaald. Het Hoog Comité van Toezicht
was in 1998 opgedoekt en het personeel geïntegreerd binnen een nieuwe
anticorruptiedienst bij de gerechtelijke politie, later de
eenheidspolitie. Alleen voor Vermeulen was geen plaats. Hij werd op een
zijspoor gezet.
Maar Vermeulen hield het daar niet bij. Hij trad
toe tot de PNPB, de partij van Paul Marchal, waar hij al snel ruziënd weer
opstapte. Hij richtte de vzw STEM (Samen tegen Elke Mistoestand bij de
overheid) op. Aanvankelijk kreeg die de steun van zwaargewichten als Geert
Van Istendael en Jaap Kruithof, maar intussen leidt de vzw alweer lange
tijd een slapend bestaan. Zijn eigen partij, AABC (Antwerps Algemeen
Belang Centraal), flopte bij de verkiezingen van 2000.
Zijn fatale
vergissing beging Vermeulen toen hij als 'technisch adviseur' zijn
diensten aanbood aan het Vlaams Blok. Zelfs dat deel van de pers dat hem
tot het einde was blijven steunen, keerde de 'fantast' Vermeulen nu de rug
toe. ,,Willy Vermeulen moet beschermd worden tegen zichzelf'', verklaarde
zelfs zijn vroegere medestander Hugo Coveliers in De Standaard
.
VANDAAG IS Coveliers milder. ,,Vermeulen was geen fantast. Enkele
dossiers bevatten inderdaad aanwijzingen van materiële corruptie. Alleen
hadden ze niets te maken met georganiseerde misdaad, zodat wij er in de
commissie niets mee konden aanvangen. Ik kan begrijpen dat Vermeulen
achteraf uit frustratie zijn vzw's heeft opgericht. Dat is zijn volste
recht, maar mij leek het geen goed idee. U moet mijn uitspraak in die zin
begrijpen.''
Hugo Coveliers heeft in zijn politieke loopbaan en als
lid van verschillende parlementaire commissies nogal wat klokkenluiders
over de vloer gekregen. ,,Mijn ervaring is dat meestal een persoonlijk
motief of een frustratie aan de basis van hun onthullingen ligt. Dat
betekent niet dat de inhoud van de boodschap daarom onjuist is. In
principe luister ik naar elk verhaal: het moest maar eens waar zijn. De
geschiedenis bewijst trouwens dat bepaalde klokkenluiders terecht zaken
hebben aangekaart.''
Maar waarheid en verbeelding zijn vaak
moeilijk te onderscheiden, heeft Coveliers ervaren. Ook al omdat de
waarheid soms zo fantastisch is dat je ze amper kunt geloven. ,,Als je wat
doorvraagt, merk je wel al snel wie te kwader trouw is. Maar ook
klokkenluiders met de juiste motivatie kunnen zich vergissen. Een
onderzoek levert dan vaak een normale verklaring voor wat zij als
corruptie zien. Dan zijn er twee mogelijkheden. De klokkenluider aanvaardt
de uitleg en erkent dat hij zich vergist heeft. Of hij loopt gefrustreerd
weg en ziet in alles toch het bewijs van zijn eigen
gelijk.''
Coveliers erkent dat klokkenluiders niet altijd
makkelijke mensen zijn. Iemand als Willy Vermeulen heeft bijvoorbeeld de
reputatie met alles en iedereen in conflict te komen. Ook Annique Vantorre
staat bekend als een felle . Coveliers: ,,Je moet natuurlijk al een
beetje een querulant zijn om tegen een hogere macht in te gaan. In elk
geval is er veel moed voor nodig. In ons systeem is er gelukkig geen
gevaar voor fysieke represailles, maar veel klokkenluiders onderschatten
de morele druk, die gigantisch is.''
Gisteren stelde het Vlaams
Parlementslid Dirk Holemans (Agalev) een beschermingsstatuut voor
klokkenluiders in de Vlaamse administratie voor. Hij pleit voor een
juridisch statuut waardoor klokkenluiders niet geschaad worden in hun
verdere carrière. Ambtenaren moeten met hun klacht terechtkunnen bij een
onafhankelijke dienst binnen de administratie, zodat ze niet meer hun
toevlucht moeten nemen tot de media als ze niet gehoord worden. Die rol
zou, volgens Holemans, door de Vlaamse ombudsman vervuld kunnen
worden.
Ook Hugo Coveliers is voorstander van zo'n statuut. ,,Het
zorgt ervoor dat het kaf van het koren gescheiden wordt, want wie te
kwader trouw is, zou zijn bescherming verliezen. En wie te goeder trouw
spreekt, wordt afgeschermd tegen represailles, ook al blijkt achteraf dat
hij fout is in zijn beoordeling.''
|