Enkele
jaren geleden gooide LOKO de knuppel in het hoenderhok: was een vak als
vraagstukken uit de godsdienstwetenschappen nu echt nodig als verplicht
vak in alle faculteiten?. Ja, zo blijkt, want het staat nog steeds op het
programma, onder de geactualiseerde titel religie, zingeving en
levensbeschouwing. Het maakt ontegensprekelijk deel uit van de
waarde-universiteit die de K.U.Leuven wil zijn. Eén van de docenten is
prof. Pollefeyt die al jaren de faculteiten Letteren en Psychologie onderhoudt.
Moeder, waarom 'religie, zingeving en levensbeschouwing'?
Didier Pollefeyt: «Ik heb niet de indruk dat het vak nog ter
discussie staat. De praktijk leert mij dat de studenten het vak heel erg
appreciëren. Studenten hebben het vak altijd gesteund, dat weet ik ook uit de
Academische Raad en diverse werkgroepen. Meer zelfs, ik hoor soms van studenten
dat ze meer contacturen willen dan het huidige uurtje in de week. Ook vragen ze
soms om kleinere groepen en meer interactieve colleges. Ik hoor ook vaak van
studenten dat ze het vak erger verwachtten maar uiteindelijk toch de moeite
waard vonden.»
«Als het vak al in vraag wordt gesteld, is dat vooral vanwege
een generatie van collega's die denken dat het een soort catechese is. De
huidige naamsverandering van het vak is dan ook vooral een post factum
aanpassing aan de inhoudelijke evolutie van het vak.»
Veto: Welke
verandering bedoelt u dan?
Pollefeyt: «Het is niet langer
een college 'van katholieken, voor katholieken'. Niet het katholicisme maar de
student is begin en einde van de cursus. Het is een poging om de
levensbeschouwelijke vraagstelling bij jongeren uit te diepen. De proffen doen
daar vaak veel moeite voor en zullen niet nalaten aanknopingspunten te zoeken
met een bepaalde faculteit. Er wordt bovendien ook rekening gehouden met de
maatschappelijke pluraliteit en diversiteit. Toch is het zo dat de particuliere
traditie van het christendom, die we nu eenmaal het beste kennen, de prioritaire
benadering van die levensvragen is. Toch is het geen apologetica: ons vak is erg
godsdienstkritisch als dat nodig is.»
Veto: Enkele jaren geleden
sprak LOKO bijna over indoctrinatie.
Pollefeyt: «Gezien de
evolutie is dat natuurlijk onzin. Bovendien is dit een belediging voor de
studenten. Studenten laten zich niet manipuleren. Studenten hebben heel wat
levensbeschouwelijk potentieel. Dat moet worden gemobiliseerd en soms zelfs
wakker geschud. Van manipuleren is echter geen sprake. We hebben bijvoorbeeld
ook een online discussieruimte. Ik grijp daar niet in omdat dat enkel tot
weerstand zou leiden. Ik zie bovendien dat de studenten elkaar corrigeren. Met
dat forum voor het vak waren we trouwens pioniers op deze universiteit. Dat mag
ook eens gezegd worden (lacht).»
Zelfkritiek
Pollefeyt: «Heel wat studenten zijn zich te weinig bewust van
hun existentiële en religieuze vooronderstellingen. Die worden vaak evident
gevonden en dus niet in vraag gesteld. De colleges zijn daarom een les in
zelfkritiek, om zo een 'levensbeschouwelijke bedachtzaamheid' aan de dag te
kunnen leggen. Sommige studenten doen dit erg graag, en als docent is het erg
aangenaam als studenten dat engagement, waarvan toch wel sprake is, opnemen. In
mijn colleges ga ik ook steeds uit van de breuklijn tussen open of kritisch en
gesloten, en niet tussen gelovig en ongelovig.
Veto: Bent u soms
verrast door de gebrekkige kennis van de christelijke traditie bij
studenten?
Pollefeyt: «Eigenlijk wel. Studenten lijken soms
weinig over te houden van de 15 jaar godsdienstonderricht die ze vaak al achter
de rug hebben. De inhoud van de traditie is echt geen algemene kennis meer.
Anderzijds valt het op dat heel wat concepten uit onze traditie echt belangrijk
zijn bij jongeren. Ze denken na over begrippen zoals het kwade, vergeving,
erfzonde, de hel en gebruiken die noties zijn van oriëntatie-, of soms
afstootpunten. Ze hebben ook belangstelling voor het spirituele, mystieke
element van het christendom.»
Veto: U sprak daarnet over
pluraliteit. Maar uw colleges bijvoorbeeld zijn vooral gebaseerd op de
joods-christelijke traditie. Vraagt men u nooit aandacht te besteden aan de
islam of het boeddhisme ?
Pollefeyt: «Tja. Dat hangt ook
een beetje af van de specialiteit van de prof, wat toch van belang is als je een
wetenschappelijke cursus wil aanbieden. Bij mij is dat post-holocaust theologie.
We bieden ook geen inleidend college, zoals een inleiding tot de wijsbegeerte
dat beoogt. Het is meer een zingevingscursus waarbij men een theoloog 'aan het
werk ziet'. Essentieel is het hermeneutische: het aanreiken van instrumenten om
existentiële vraagstukken en situaties beter te begrijpen. Ik zou bijna durven
zeggen dat de particuliere inhoud van het vak daarbij van secundair belang is.
Bij mij zijn dat dan het jodendom en het nazisme als alternatieve
'zingevingssystemen'. Zo kan je vanuit de verhouding tussen christendom en
jodendom ook de huidige houding van een deel van de islamieten beter
begrijpen.»
Veto: En uw faculteit, is die
pluralistisch?
Pollefeyt: «Het is natuurlijk een katholieke
faculteit. Geheel de universiteit en dus ook onze faculteit stammen uit een
christelijke traditie. Toch is interreligieuze dialoog noodzakelijk net om je
eigen identiteit te bewaren, kritisch te benaderen en te verrijken. We hebben
ook een 'Aanvullende Opleiding Religiestudie' waar verschillende religies aan
bod komen en 'van binnenuit' worden gedoceerd door enkele rabbijnen die onze
faculteit bezoeken of door prof Nahas van de faculteit
arabistiek.»
Veto: Geeft u het college eigenlijk
graag?
Pollefeyt: «Jazeker. Net omdat je veel terugkrijgt
van studenten. Ik denk dan aan de levendige discussieruimte. Alle proffen hier
op de faculteit theologie zien het ook echt als een verrijking het vak op andere
faculteiten te geven. Je hebt er als theoloog een soort 'band met de wereld'. Op
een mondeling examen merk je hoe die studenten naar je vak kijken. Uiteindelijk
zijn de jongeren toch de Kerk van morgen en bepalen zij als student mee de
identiteit van de universiteit.»