Zelfmoord is nooit normaal

Van onze redactrice
Isa Van Dorsselaer
De Standaard 18/10/2001

ALs opa klaagt dat zijn leven lang genoeg is geweest, is dat een signaal. Hij denkt
aan zelfmoord. Maar de omgeving laat het vaak voorbijgaan. ,,Ach, opa zit wel eens
in de put. Dat opa depressief is en kan worden behandeld, dringt niet altijd door.''
 

Bij mannen pieken de zelfmoordcijfers vanaf zeventig jaar, zeggen de Vlaamse
Gezondheidsindicatoren (DS 17 oktober).

Waarom plegen bejaarde mannen meer zelfmoord? Een oorzaak die alles verklaart,
bestaat niet. En wetenschappelijk onderzoek hierover staat in Vlaanderen in de
kinderschoenen. De Vlaamse minister van Welzijn, Mieke Vogels, kende in het licht
van de onrustwekkende cijfers een subsidie van 10 miljoen frank toe aan de Eenheid
voor Zelfmoordonderzoek van het Gents Universitair Ziekenhuis.

De onderzoekers moeten de preventie van zelfmoord in Vlaanderen op een
wetenschappelijke basis stoelen. Ondertussen kunnen onderzoekers, therapeuten
en zelfmoordconsulenten uit hun eigen ervaring wel enkele factoren ter verklaring
naar voren schuiven.

Er is het gevoel van verlies. Van de partner, een kind, een vriend, maar ook het
verlies van inkomen, van gezondheid, lichamelijke mogelijkheden en vaardigheden. Je
moet plots verteren dat anderen je wassen, kleden, naar het toilet helpen.

,,Veel bejaarden hebben heimwee'', zegt Wendy Serrasis van het Centrum voor
Zelfmoordpreventie, waar ze aan de noodtelefoon zit. ,,Heimwee naar vroeger, naar
de wereld die ze kenden. Ze voelen zich vervreemd van een samenleving met normen
die niet de hunne zijn, of die er niet zijn. Ze voelen zich niet meer belangrijk.''

Velen zijn eenzaam en geïsoleerd. Steeds meer bejaarden leven alleen na de dood
van de partner in plaats van bij de kinderen in te trekken, of ze gaan naar een
rusthuis. ,,Als ze zich slecht voelen, hebben ze niemand om te praten over wat hen
dwars zit.'' Ze hebben geen hoop. Ze denken vaker aan de dood, omdat ze er minder
ver af staan. De stap naar zelfmoord is voor 71-jarige kleiner dan voor een
zeventienjarige.

Driekwart van de bejaarde zelfdoders is depressief. Zeventigplussers zijn over het
algemeen niet depressiever dan andere leeftijden. Depressie komt wel veel meer voor
bij enkele risicogroepen: bejaarden in rusthuizen of met zware lichamelijke klachten
bijvoorbeeld.

Maar depressie bij bejaarden wordt vaak niet herkend. Ja, opa klaagt wel dat hij de
kinderen niet tot last wil zijn, dat het leven wel lang genoeg is geweest. ,,De
omgeving -- familie, huisarts, rusthuispersoneel -- vindt het normaal dat bejaarden in
de put zitten. Redenen genoeg, denken ze'', zegt Gwendolyn Portzky van de
Eenheid Zelfmoordonderzoek van het Gents Universitair Ziekenhuis.

Dat opa een depressie heeft die kan worden behandeld, dringt niet door. De klachten
uiten zich vaak ook lichamelijker dan bij jongeren. En zelf stappen ze niet zomaar
naar een psycholoog. ,,De drempel is voor deze generatie hoog. Vooral voor mannen.
En vrouwen vragen altijd sneller hulp. Ze praten makkelijker over hun emoties. Ze
geven sneller toe dat er iets schort.''

Dat is de enige verklaring die de ondervraagde specialisten konden geven voor het
opmerkelijk verschil in de zelfmoordcijfers tussen vrouwelijke en mannelijke
zeventigplussers: door erover te praten, zouden vrouwen sneller behandeld worden.
Na de dood van een partner zouden ze ook beter de draad weer oppikken. Mannen,
zeker de generatie die volgens het oude rollenpatroon leefde, zouden meer
ontredderd zijn.

Er is ook een biologische verklaring: serotonine, de stof in de hersenen die
weerstand biedt tegen zelfmoordneigingen, vermindert bij het ouder worden bij
mannen meer dan bij vrouwen. ,,Maar bij vrouwen is er ook een stijging in de
zelfmoorden, die nu gemaskeerd wordt het hoge cijfer bij de mannen'', zegt Portzky.
,,Zelfmoord is een combinatie van factoren: sommige kennen we, andere niet. Maar
de kwaliteit van het leven speelt bij zeventigplussers een erg grote rol.''

Opvallend is voorts dat bejaarden vaak traag zelfmoord plegen, zodat het door de
omgeving niet herkend wordt. Ze nemen hun medicatie niet. Ze hongeren zich uit of
ze lopen bewust te licht gekleed en te lang in de vriesregen, en sterven dan aan een
longontsteking.

In welke mate zelfmoord soms een verkapte vorm van euthanasie is, kunnen de
cijfers niet meten. Uit een vergelijking met Nederland blijkt dat het zelfmoordcijfer
voor zeventigplussers daar meer dan dubbel zo laag is als dat in Vlaanderen --
Nederland heeft een wettelijke regeling voor euthanasie. Maar uit onderzoek blijkt dat
de groep zelfdoders en die van mensen die voor euthanasie kozen, nauwelijks
overlapt.

Sommigen vinden de kwaliteit van hun leven niet meer je dat, ze weten dat ze
statistisch niet zo lang meer te leven hebben en ze kiezen liever zelf het moment
waarop ze gaan. Door de medische wetenschap leven we langer, maar niet iedereen
aanvaardt de manier waarop ze dat soms moeten doen.

Zelfmoord is bij bejaarden ook moeilijker uit het hoofd te praten, meent Gwendolyn
Portzky, omdat de realiteit is wat ze is. Sommigen zijn heel eenzaam en ziek, ze
hebben geen heel leven meer voor de boeg. Luisteren en begrip tonen helpt. ,,En we
geven ze perspectief'', zegt therapeut Dirk Van Geel. ,,Mensen, activiteiten waar ze
niet meteen aan denken. Hun kleinkinderen. Het is toch niet dat je niets meer hebt
als je 75 bent.''

Maar er zitten grote gaten in de hulpverlening, zegt Van Geel. ,,Er is weinig
belangstelling om zich in deze groep te specialiseren.'' Ook de preventie is in
hetzelfde bedje ziek, zegt Gwendolyn Portzky.

Het project zelfmoordpreventie Vlaanderen in de Centra voor Geestelijke
Gezondheidszorg is volop bezig met vormingen voor huisartsen, politiediensten en
ziekenhuizen. Voor andere categorieën zijn er pas later middelen. ,,Maar er moet
dringend opleiding komen voor thuisverzorgsters, bejaardenhelpsters en voor
personeel in rusthuizen'', zegt Portzky. ,,De cijfers voor ouderen zijn zeer hoog. En
toch is daar minder aandacht voor. Alsof het 'normaler' is als iemand van zeventig
een eind maakt aan het leven.''

  Centrum voor zelfmoordpreventie, noodnummer: 02-649.95.55