NumNum 1x1

Auteur: Alfred Schilken
Uitgegeven door Spieleverlag Alfred Schilken, 2002
Een leerrijk rekenkaartspel voor 2 tot 7 spelers vanaf 7 jaar.
Vrij vertaald in het Nederlands door Piet Notebaert (Brugge, België).

Inhoud: 110 kaarten

Voorbereiding

Doel

Wie het eerst zijn laatste kaart uitspeelt, wint het spel.

Spelverloop

De speler die aan de beurt komt, probeert zo veel mogelijk van zijn kaarten uit te spelen. Hierbij moet rekening gehouden worden met de volgende spelregels:

De 4 kaarten met getal '1' zijn jokers, ze mogen op om het even welke getalkaart geplaatst worden. En elke getalkaart past op de jokers.

Wenskaarten mogen ook op om het even welke kaart gelegd worden. De speler kiest dan het symbool dat de volgende speler moet volgen.

Als zowel het symbool als het getal passen (dubbelpas), dan mag de speler aan beurt aansluitend nog een kaart spelen - en zolang als hij nog dubbel passende kaarten kan spelen. In uiterst zeldzame gevallen kan een speler bij zijn eerste speelbeurt al zijn kaarten in eenzelfde beurt uitspelen en daardoor de partij winnen.

Als een speler geen kaart kan (of wil) volgen, moet hij een nieuwe kaart van de voorraadstapel nemen. Als deze nieuwe kaart past, mag hij die meteen uitspelen.

Nu is de volgende speler aan de beurt.

Voorbeelden

> eenvoudige passende kaarten:

> dubbel passende kaarten:

> niet passende kaarten:

Spelregels voor gevorderden

NumNum kan ook open gespeeld worden. De spelers leggen hun 7 kaarten open voor zich neer op tafel en spelen volgens de normale basisregels. Elke speler probeert nu, zijn eigen kaarten zo uit te spelen, dat de volgende speler er weinig mee kan doen. In deze variant moet je dus nog beter nadenken welke kaart je zult uitspelen, waardoor de geluksfactor wat kleiner wordt.

Als een speler na het uitspelen van een kaart, nog slechts één kaart in zijn hand bezit, moet hij dat bekendmaken door luidop 'Num!' te roepen. Als hij dit vergeet en een medespeler merkt dit op vooraleer hij weer aan de beurt komt, moet hij als straf een nieuwe kaart van de stapel nemen.

NumNum met puntenwaardering

Zodra bekend is wie de partij wint, telt elke medespeler de puntenwaarde van zijn overblijvende kaarten op. De jokers tellen hierbij als 50 en de wens- en verbodskaarten als 20. Deze strafpunten (negatieve getallen) worden op een blad papier bijgehouden in een overzichtelijke spelerstabel.

Als een speler met het uitspelen van een jokerkaart de partij wint, tellen alle strafpunten dubbel!

Het spel eindigt, nadat een speler de 500 strafpunten bereikt of overschrijdt. De speler die op dat moment het minst aantal strafpunten bezit, wint het spel. Je kan ook afspreken tot 1000, maar dan duurt het spel vanzelfsprekend ook langer.

Tips en trucs

Tips voor ouders van schoolgaande kinderen

Kinderen kunnen het best eerst kennismaken met de tafel van 5, daarna de tafel van 2 en pas dan de andere tafels. Als enkel de kaarten uit de meest eenvoudige tafels gebruikt worden, kunnen jongere kinderen ook meespelen.

Maak van korte gelegenheden gebruik om je kinderen een partijtje NumNum te laten spelen. In het begin voelen de kinderen zich eerder onbekwaam. Dat gevoel zal vlug verdwijnen als ze dit spel meer en meer kunnen uitproberen.

Gun je kinderen een pleziertje, als ze merken dat je als volwassene een dubbel passende kaart niet hebt opgemerkt. Je zal verbaasd staan hoe vlug kinderen het juiste moment om dergelijke kaarten uit te spelen, leren kennen.

Als je kinderen niet meteen weten waarom een bepaalde kaart wel of niet past, motiveer hen dan om de tabel op de rugzijde van elke kaart te bestuderen: hier staan alle bij elkaar horende getallen op een speciale manier bij elkaar.

De waarde van het inoefenen van de tafels van vermenigvuldigingen wordt vaak in het globale wiskundeonderwijs onderschat. Dat komt voor een stuk omdat soms gedacht wordt dat dit niets met het eigenlijke 'wiskundig denken' te doen heeft. Omdat het stompzinnig drillen van de tafels in het huidig onderwijs (met recht) verdwenen is, leren echter onze leerlingen deze basisvaardigheden niet genoeg meer aan. Als de meest eenvoudige tafels (tot 9) niet meer voldoende gekend en geautomatiseerd zijn, verhoogt de kans op fouten bij alle rekenopdrachten, waarin een vermenigvuldiging of deling voorkomt, beduidend. Bovendien verhoogt de tijd die leerlingen nodig hebben om b.v. bij huiswerk eenvoudige rekenopdrachten uit te voeren, omdat ze nu geen halve sec. maar soms zelfs meer dan 5 sec. tijd nodig hebben om het juiste antwoord te vinden. De oefening '98765 x 345' bestaat b.v. uit 15 kleine tafels van vermenigvuldigingen. Kinderen met een slechte kennis van de tafels hebben hier soms meer dan vier keer zoveel tijd voor nodig dan kinderen die de tafels wel vlot beheersen.

Afsluitende tip

Op de website van de auteur staan nog veel aanvullingen: www.NumNum.de

Date Last Modified: 10-11-2002
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief